Krukgewichten 5 NEDERLANDSE PONDEN KIL # deze pagina toont 2 gewichten.

014


Krukgewicht 5 NEDERLANDS POND, metriek

Voor meer en grotere foto's klik op het gewicht  ► ► ► ►

Aantal ijken: 34
Op de schouder van het gewicht staat aan één kant van de kruk:
5 NED. PONDEN 5000 W.
Op de schouder van het gewicht staat aan de andere kant van de kruk:
Het particuliere merk van arrondissementsijker Theodorus Antonius Nagel en de volgende jaarletters van goedkeuring:
D 1823, E 1824, F 1825, G 1826, H 1827, J 1828, K 1829, L 1830 (waarover een is geslagen ten teken van afkeuring), M 1831, N 1832, O 1833, P 1834, Q 1835, R 1836, S 1837, T 1838, U 1839, V 1840, W 1841,
X 1842, Y 1843, Z 1844, a 1845, b 1846, c 1847, d 1848, e 1849, f 1850, g 1851,
h 1852, I 1853, k 1854, op het lichaam van het gewicht staan afgeslagen de jaarletters l 1855, m 1856 waarover een is geslagen ten teken van afkeuring.

> Het particuliere merk van de arrondissementsijker is twee keer afgeslagen
   hetgeen aangeeft dat het gewicht geijkt is voor de fijne weging (goud en
   zilver).
> In de grondplaat van het gewicht zijn zeven kleine vierkante justeringen
   door middel van lood aangebracht.
> Het gewicht is gelijk op geijkt met de 2 NEDERLANDS POND KIL zie gewicht met
   nr. 234.

Bijzonderheden
Het gewicht is gedurende die periode ieder jaar onafgebroken geijkt
Gezien het feit dat dit gewicht 34 opeenvolgende jaren onafgebroken is geijkt moet het ongetwijfeld voor fijne weging een belangrijk gewicht zijn geweest.

Arrondissementijker Nagel, Theodorus Antonius
werd eervol ontslagen toen op 31-12-1819 de functie van ijk- en justeermeester-generaal werd afgeschaft, per 01-01-1820 het metrieke stelsel werd ingevoerd en tegelijkertijd het Troois gewicht werd afgeschaft. Theodorus Antonius Nagel werd op 14-03-1820 benoemd tot arrondissementsijker te Amsterdam
Overleden 20 dec. 1831.

Extra info
Bij besluit van de Souvereine Vorst van 29-12-1814 werd Theodorus Antonius Nagel benoemd tot ijk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht over het Koninkrijk der Nederlanden.
Die benoeming vond ongetwijfeld plaats in het kader van het Provinciaal blad van Noord-Holland no. 15: “Dispositie van den 30 Januarij 1823 no. 25, omtrent het gebruik der nieuwe gewigten in den goud- en zilver-handel.”

In de genoemde dispositie staan onder meer de hieronder voor de handel in goud en zilver van toepassing zijnde artikelen:
In overweging genomen hebbende, dat het van belang is allen twijfel weg te nemen over het tijdstip waarop de nieuwe gewigten bepaaldelijk voor den handel van goud en zilver en van edele gesteenten bestemd moeten gehouden worden ingevoerd, en derhalve obligatoir te zijn: Gezien de missive van Z.E. den heere minister van binnenlandsche zaken en waterstaat, van den 11 dezer dit onderwerp betreffende: Gelet op de wet van den 8 Junij 1819 (staatsblad no. 57) en meer bijzonder op de art. 17, 18, 19, 20 en 21 derzelve, als welke meer bepaaldelijk hier in aanmerking komen: Gelet op Z.M. besluit van den 20 December 1821 (staatsblad no.24) en van den 18 December 1822 (staatsblad no. 52): Hebben besloten en besluiten:

‘Art. 1. Met den 15 februarij aanstaande zal de ijk van de nieuwe gewigten tot den handel in goud, zilver en edele gesteenten bestemd, worden opengesteld. Die ijk zal door de arrondissements-ijkers te Amsterdam, Haarlem, Alkmaar en Hoorn geschieden, op den voet en wijze in Z.M. aangehaalde besluit van den 20 December 1821 verordend.
2. Met den 1 april aanstaande te beginnen, zullen die nieuwe gewigten moeten worden gebruikt, door allen die in goud en zilver handel drijven, door de goud- en zilversmeden: bij de kantoren van waarborg: bij de essaijeurs: bij de juweliers en handelaars in edele gesteenten: op den voet en wijze in art. 17, 18 en 21 van Z.M. gemeld besluit van den 8 Junij 1819.
3. Van dien zelfden dag af, zal de uitdrukking, opgave of aankondiging van het alloij niet meer mogen geschieden voor het goud in karass en greinen, voor het zilver in penningen en greinen; maar in duizendste gedeelten, stellende het volkomen fijn op duizend.
4. Van hetzelfde tijdstip af, zullen alle uitdrukkingen, opgaven, of aankondigingen van den prijs van goud en zilver niet meer geschieden, per mark fijn, maar per nederlandsche pond of kilogramme.
5. Alle opgaven en aankondigingen van het gewicht van goud, zilver en edele gesteenten, zal voortaan moeten geschieden in de nieuwe gewigten.
6. Alle uitdrukkingen of aankondigingen van de hoeveelheid fijn in eene bepaalde massa begrepen, zullen voortaan geschieden per nederlandsche pond (kilogramme) zeggende: houdende zoo vele wigtjes (grammes) en duizendsten van wigtjes (milligrammes) fijn, per nederlandsch pond (kilogramme).
7. Van denzelfden dag af te rekenen, zal niemand de oude tot nu toe in gebruik geweest zijnde gewigten in zijnen handel mogen bezigen, noch ook dezelve in zijne winkels, opene magazijnen, verkoop- en werkplaatsen mogen hebben en ten toon stellen.
3o. De heeren arrondissement-ijkers te Amsterdam, Haarlem, Alkmaar en Hoorn aanteschrijven, om zich dadelijk met den in art. 1 der voors. publicatie bedoelden ijk bezig te houden, en zich ten dien aanzien te gedragen naar de bepalingen van ’s Konings besluit van 20 december 1821.

Noot
In de Dispositie van den 30 Januarij 1823 no. 25 wordt vermeld “de wet van den 8 Junij 1819 (staatsblad no. 57)” terwijl in art. 2 sprake is van “gemeld besluit van den 8 Junij 1819”
Het gaat daarbij vermoedelijk om het Besluit d.d. 08-06-1819 (staatsblad no. 37)

Hoewel het Troois gewicht per 01-01-1820 was afgeschaft is T.A. Nagel zich na zijn benoeming op 14-03-1820 klaarblijkelijk vanaf 01-04-1823 als arrondissementsijker te Amsterdam onder meer bezig gaan houden met het ijken van gewichten voor fijne weging.

Feitelijk was dit, na de invoering van het metrieke stelsel, een voortzetting van zijn functie als ijk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht.
Gezien Art. 2 van de dispositie van 30-01-1823 vermeldt “Met den 1 april aanstaande te beginnen, zullen die nieuwe gewigten moeten worden gebruikt” en omdat het gewicht van 2 Nederlandse ponden vanaf 1823 is geijkt moet dit gewicht wel één van de eerste gewichten voor fijne weging zijn geweest.

Bron extra info: www.goudenzilverweging.
 

050


Krukgewicht 5 KILOGRAM Metriek

Voor meer en grotere foto's klik op het gewicht  ► ► ► ►

Aantal ijken: 17
Op de schouder van het gewicht staat aan de ene kant van de kruk: ART
aan de andere kant van de kruk het particuliere merk van arrondissementsijker
P. Mansveld en 15 ijken
Op de romp van het gewicht staan 02 ijken en de massa aanduiding 5 KG.

Het gewicht is vervaardigd te Luik 1e ijk in 1821 Zuidelijke Nederlanden.
Na de Belgische afscheiding geijkt door Arrondissementsijkers P. Mansveldt en
J. Visser. IJken T 1838, U 1839, V 1840, W 1841, X 1842, Y 1843, Z 1844, b 1846, c 1847, d 1848, e 1849, f 1850, g 1851, h 1852, j 1853, k 1854, l 1855,
m 1856.

Bijzonderheden
Bronzen krukgewicht van 5 kilogram, in gebruik geweest bij het Nederlandse leger vandaar het opschrift 'ART':, voor Artillerie.

Arrondissementsijker P. Mansveldt
Benoemd 4 augustus 1820 te 's-Gravenhage.
Overleden 17 oktober 1851 Deze vier jaar had hij bi Lenoir te Parijs gewerkt.

Arrondissementsijker Visser J.
Benoemd 26 mei 1834 te Leiden voor het gehele arrondissement.
Overleden in 1849.