Krukgewichten

Voormetriek
Het krukgewicht, dat rond het einde van de 16e eeuw opkwam, was in diverse plaatsen in Nederland de meest gebruikte vorm voor een gewicht, met name in plaatsen waar loden gewichten verboden waren zoals Amsterdam
en Groningen. De gebruikelijke groottes zijn 1/8 - 1/4 pond - 1/2 pond - 1 pond en groter
(tot en met 100 pond). Heel soms werden hele kleine krukgewichten gemaakt, tot 1 lood (1/32 pond) toe.

Vanaf 50, 30, 25, 20, 15, 10, 5, 4, 3, 2 en 1 pond werd de massa op krukgewichten met de volgende tekens aangegeven respectievelijk:

                                 
Metriek
Bij de invoering van het metrieke stelsel in 1820 werden knopgewichten zeer algemeen en werd het krukgewicht eigenlijk alleen nog toegepast voor de gewichten van 1 NEDERLANDS POND KIL (1 KILOGRAM) en groter.
Er zijn echter ook metrieke krukgewichten bekend van 5 - 2 - 1 NEDERLANDSE ONCEN (500 - 200 - 100 gram), en enkele exemplaren van 5 NEDERLANDS LOOD (50 gram), vermaakt uit voor-metrieke krukgewichten van 1/8 pond.

Aangepast
Metrieke krukgewichten die op het lichaam van het gewicht zijn voorzien van gegroefde ringen, stammen (bijna) altijd uit de voormetrieke periode. Deze krukgewichten zijn in 1820 of later aangepast aan het metrieke stelsel, de z.g. voormetriek- metriek gemaakte krukgewichten.

Metriek 1820 en later
Op krukgewichten geproduceerd in de periode 1820 en of later ontbreken de gegroefde ringen daar de ijkwet het aanbrengen van "versierringen" op gewichten verbood.

Zowel in de voor-metrieke als de metrieke krukgewichten zijn regionale verschillen in vormgeving te bespeuren
pas vanaf 1912 werd de vormgeving en afmetingen van gewicht bij wet voorgeschreven.
Werktekeningen van metrieke krukgewichten Klik hier